LAV in gesprek met Per Crispijn, verzorger van Sporting Leiden (zo)

Leidenamateurvoetbal sprak uitgebreid met Per Crispijn, al jaren de verzorger van Sporting Leiden zondag 1. Maar Per loopt al even rond in het Leidse voetbalwereldje.

Hij leidde FC Boshuizen van de vierde naar de tweede klasse en maakte de fusieclub tot ‘de Koning van de Kade’. Zijn volgelingen hieven hem op het schild en kroonden hem tot de ‘Keizer van de Kade’. Aan ‘Hosannah’ en ‘Lang leve Per’ leek geen einde te komen.

Op het hoogtepunt van zijn meer dan 30 jaar omspannende trainersloopbaan gooide hij het roer radicaal om en besloot zijn ervaring, visie, expertise en missie in dienst te stellen van de jeugd. Een stapje terug? ‘Om de verdommenis niet,’ liet hij persmuskieten weten. ‘Ik ga ze laten genieten van de mooiste sport die er bestaat. Dan komen er pareltjes bovendrijven, van wie er misschien één geschiedenis zal schrijven zoals Frenkie de Jong. Voetballen mag dan wel door Mart Smeets smalend een ‘bijzaak’ genoemd worden, maar wel een van de belangrijkste die er is.’ Te gast bij Per Crispijn, ook wel ‘de olijke Per’ en ‘Per Plezier’ genoemd, voor wie het lijkt alsof de zon altijd schijnt, alsof bij hem alleen rozen op de schoenen groeien. De échte Per heeft voor LeidenAmateurVoetbal tijd vrijgemaakt. Thuis bij Per, in de straat die naar Kastelenheren is vernoemd.

2020 zal voor velen de geschiedenisboeken ingaan als een onzeker jaar. Mr. Corona hield huis, zaaide angst en meer. Ook in huize Crispijn. ,,Mijn vrouw Saskia, die aan de longziekte COPD lijdt, waarop de onzichtbare vijand het speciaal heeft gemunt, werd evenals mijn zoon Steve en ik getroffen door het virus”, vertelt Per. ,,Steve en ik hadden nergens last van.” Zijn stem hapert: ,,Een dag voor Kerstmis was Saskia zo ziek dat ze inderhaast moest worden opgenomen in het ziekenhuis. Haar zien lijden en wegrijden in de ambulance zal ik nooit vergeten. Dat is zo ingrijpend, niet te beschrijven. Ik stond te huilen aan de deur en dacht: ,,Misschien  zie ik haar nooit meer terug.”

Na een paar dagen mocht Saskia weer naar huis. Grote opluchting. Maar we hadden te vroeg gejuicht. Het virus was nog niet verslagen. Nu volgde er een opname die langer duurde. Per mag dan 62 jaar zijn, 1 meter 82, 80 kilo, breedgeschouderd, dus een kerel van jewelste, het hart is klein. Hij schaamt zich er niet voor. Vrouw, zoon, kleinkinderen en familie zijn het kostbaarste bezit voor hem. Al het andere telt dan niet. Saskia moet beter worden. Op de dag voor de avondklok ingaat en LeidenAmateurVoetbal gastvrij wordt ontvangen, zit Saskia in de hoek van de comfortabele bank, ze schijnt helemaal hersteld te zijn. Niets is minder waar, ze heeft nog steeds last van Covid 19. Zo dadelijk gaat ze weer naar de fysio, hard werken op de loopband voor meer lucht. Per zwaait haar uit, betraande ogen.

Hij wijst op een vergrootte foto, die duidelijk in het zicht van iedereen hangt. Een gezelschap, feestelijk gekleed. Per in smoking, Saskia in het lang. Allen met een geurige corsage. Van links naar rechts: Per, Steve, Stessie (Steve’s partner), Saskia. En de kleinkinderen: Lisa en Luuk. Per grinnikt: ,,2020 begon zo mooi, Saskia en ik trouwden. Wij kennen elkaar 37 jaar, de langste verkering in Leiden en omstreken ooit.

Nu moest het ja-woord er maar van komen. Het is een geweldige dag geworden bij Tom Holswilder in ’t Koetshuis. Tom, die ik al een leven lang ken, een vriend die ik nog getraind heb bij VNA, was gastheer en gast tegelijk.” Holswilder stond bij VNA bekend als ‘een verdienstelijke voorstopper’ (Tom denkt daar zelf anders, positiever over, CM) en levensgevaarlijk aan de bar.

Terug naar de voetballende Per – Peer is een Scandinavische naam, betekent rots, steen en wordt in Noorwegen het meest gegeven aan jongens. Geboren in de Prinsenstraat toog hij op 6-jarige leeftijd naar Roodenburg, zou er 31 jaar lid blijven. Over die periode is veel interessants op te tekenen; dit interview gaat over de trainer/coach Per Crispijn.

De trainer Per Crispijn, die bij Ruud de Groot (wie kent hem niet?) zijn TC 3 met succes afrondde, heeft eigen opvattingen over het vak van trainer. ,,Laat ik voorop stellen, het geven van training is een vak. Een eenvoudig vak. Het is de kunst en de kunde om de poppetjes op de juiste plaats te zetten. Voetballers beter maken? Dat hoeft niet, dat kunnen ze al. De jeugd, die  kan je nog veel leren. Dat is ook heerlijk om te doen, training geven aan jonge jongens en meisjes. Wanneer ze de leerstof gretig opnemen en uitvoeren, ga ik fluitend naar huis.”

Per werkte 7 jaar bij VNA, 7 jaar bij UDWS, 7 jaar bij FC Boshuizen. Meegeteld de jaren dat hij de jeugd onder zijn hoede had, heeft de rasglibber zich 33 jaar op de groene grasmat uitgeleefd als trainer. De periodes van 7 is opvallend. ,,Weet je, na 7 jaar ben je meestal toe aan iets nieuws, aan een nieuwe uitdaging, je wil verder.” Bij elke voetbalvereniging is hij ‘goed’ vertrokken, nooit weggestuurd. Men vond het jammer dat Crispijn vertrok. Dat komt omdat zijn aanpak verschilt van menig collega.

,,Er zijn trainers die bij het eerste gesprek meteen vragen wat ze gaan verdienen”,  legt hij uit. ,,Er zijn trainers die vragen wat de vereniging wil bereiken. Dan is er nog een 3e categorie die geld en doelen combineert.”  Het zal niet verbazen: Per hoort bij de trainers die benieuwd zijn naar de doelstellingen. Zijn die realistisch met de spelersgroep waarmee hij aan de gang gaat? ,,Geld is leuk, hoor, geen misverstand, maar voor mij niet de reden bij een club te tekenen.’ Hij vertelt dat hij het salaris (‘Eerder een vergoeding, zeker gezien de uren die je bezig bent’) meteen aan Saskia gaf. Zij zag niet en wist niet dat Per uit eigen zak shirtjes kocht, zelfs een keer aan een jochie geld gaf om voetbalschoenen te kopen, die hij niet kon betalen. Een uitje, extra rondjes? Crispijn trok de  knip. Een gulle gozer.

Aan de jaren bij VNA (Voetbal Na Arbeid) heeft hij heel plezierige, vooral ook hilarische herinneringen. Natuurlijk wist hij dat de V ook voor ‘vechten’ stond. Ten onrechte. ,,Na een training besproeiden wij het veld en gingen zoals vaak een kaartje leggen en een biertje drinken. Het was beregezellig, we vergaten de tijd, het werd  al ochtend. De kraan hadden we vergeten dicht te draaien. Toen Wijnand Rijsdam de andere dag het veld kwam keuren, werden de wedstrijd bij ons afgelast, het veld was onbespeelbaar.”

Hoe zat dat met de viering van Sinterklaas? Hij veert op, heeft het verhaal al eerder verteld, maar moet weer lachen: ,,Sinterklaas, lootjes getrokken. Het werd een feest, de een had een bankstel meegenomen, een ander een wasmachine. En ik? Ik had een stripteasedanseres op mijn lootje staan. Ik heb het geweten, ze kostte me 250 gulden voor 2 ½ minuut. De meeste bizarre wensen hadden VNA’ers.” Historisch is ook de door Per georganiseerde wedstrijd Oud FC Rijnland – Oud VNA: ,,Dat is me toch een evenement geworden, onvergetelijk. Ze vroegen me dat nog eens te regelen. Heb ik niet gedaan, het wordt nooit meer leuker dan de 1ste keer.”

Bij UDWS trof Per mannen als Hans Verver, Henk Piket. ‘Gouwe kerels’. Crispijn: ,,Toen ik 50 jaar werd en dat vierde alsof het een bruiloft was, had Verver als enige geen cadeautje meegebracht. Geen probleem natuurlijk, maar toch… Hij zei dat het wel goed zou komen. Nou dat kwam het: een paar maanden later meert hij zijn boot hier aan de Zijl, komt ons ophalen en zei: ,,We gaan er een gezellige dag van maken. Dat werd het. We hebben gevaren, uitgebreid gegeten en gedronken en ontzettend gelachen.” Per Crispijn heeft de afgelopen decennia veel vrienden gemaakt en gehouden. ‘Ik heb geen vijanden,’ klinkt het, ten overvloede.

Waar al dan niet beginnende trainers misschien iets aan hebben, is zijn visie op de samenstelling van een elftal: ,,Bij UDWS bestond de hoofdmacht uit een allegaartje van Marokkanen, Antillianen, Turken en Hollanders. Trainen? Niet nodig. Vrijheid, blijheid en altijd reuring. Een keer per week trainen werd pas verplicht toen duidelijk werd dat er kampioenskansen waren”, is terug te lezen in het Leidsch Dagblad van 24 mei 2003. ,,In de  selectie zit een aantal heel goede spelers, maar collectief schort er veel aan.”

Hij kent de passage uit de krant en wat hij liet optekenen over discipline en wat er geschreeuwd wordt wanneer ze een keer gewisseld worden (‘Ze roepen meteen om een overschrijvingsformulier’).  Wat Per wil zeggen is: ,,Zorg voor een mooie mix van spelers. Niet alleen allochtone spelers, dat wordt nooit iets. En: Met alleen technisch goede voetballers kom je ook niet ver. Te veel ego’s. ,,Ik heb spelers  gehad, Ben Luykx, een geweldige vent is daar een voorbeeld van,  zo egocentrisch, ze hielden de bal tot in het oneindige vast. Je werd er tureluurs van. Na de zoveelste keer zei ik: ‘Morgen bel ik de KNVB of wij met twee ballen mogen spelen, een voor jou en een voor het elftal.” Dat was wel lachen, maar er veranderde niets. Wat hij jongens uit ‘Verweggistan’ wel moet nageven is dat ze vaak anders dan de kaaskoppen voetballen: ,,Ze zijn dikwijls razend snel, zijn gevreesd om hun knalharde schoten. Kranten omschreven ons spel als samba- en swingend voetbal. Daar kon ik als liefhebber van genieten.”

Er is nog een talent van Per dat niet iedere coach beheerst, hij is niet rechtlijnig: ,,Er zijn trainers die een koers uitzetten en daar niet van afwijken. Ik ga niet rechts, niet links  en niet door het midden. Ik zwem overal tussendoor en dat werkt.” Taal- en cultuurverschillen zijn dan geen probleem meer. Zelden zet de zoon-van- Leiden-Noord zich af tegen de scheidsrechter. Zonder zijn aanwezigheid kan er niet gevoetbald worden.

Eén keer heeft hij zich laten gaan: ,,Na de wedstrijd gaf ik hem een hand, bedankte voor zijn leiding en vroeg hoe het met zijn hond ging. ‘Mijn hond, mijn hond, ik heb helemaal geen hond’.  Ik keek verbaasd op en zei: ,,Blind en geen hond.” Het werd een strafzaak. De heer Van Leeuwen van de KNVB moest een straf bepalen. Ik leg het gevalletje uit en op het moment dat hij een slok koffie wil nemen, zeg ik hardop: ‘Blind en geen hond’, proest hij het uit en kreunt: ‘Vrijgesproken’. Koffie over al zijn papieren.”  Duidelijk een optreden van een volleerd acteur. Crispijn bevestigt dat ook: ,,Wie werkt met een groep verschillende karakters moet kunnen acteren, maar wel met overtuiging.” Leidsch Dagblad-journalist Loman Leefmans omschreef Per Crispijn als volgt: ‘Een beetje bluf, een aanstekelijk positieve instelling en een onweerstaanbare hang naar sfeer en plezier, een markante coach.’ Hans Verver, ooit voorzitter van UDWS: ‘Hij kent de jongens van haver tot gort, ze lopen met hem weg.’

De voormalige coach kan goed afstand nemen van het voetbal. Dat kon hij in zijn lange carrière ook. Toen Corona had huis gehouden in het gezin, werd bevestigd hoe realistisch hij tegen het spelletje aankijkt: ,,Je leert hoe beperkt en onbelangrijk voetbal eigenlijk is. Laten we toch vooral lachen en lol hebben met onze hobby.” Bij zo’n uitspraak sluit zijn bezwaar tegen het betalen van spelers naadloos aan. ,,Ja, daar ben ik faliekant tegen. Betalen gaat ten koste van de sfeer, van de gezelligheid.”

Dat Per de derde helft zo belangrijk vindt, hoeft eigenlijk niet onderstreept worden. Hij doet dat toch: ,,Na een wedstrijd een kratje in de kleedkamer en later nog een in de kantine. Napraten met elkaar, een dolletje maken, lachen. Daar kan je lang op teren in je leven.” Opscheppen over eigen voetbalprestaties doet Crispijn niet. Daar is ook geen reden voor. Hij kon een balletje afpakken en weer snel afgeven, soms koppend scoren (‘Totaal 5 keer’). Over zijn kunnen in de zaal is Per duidelijk: ,,Ik kon niet zaalvoetballen, was blij als ik als 1ste werd gewisseld.” Zijn zaalteam speelde tegen de  watervlugge Hans van Leeuwen (later trainer van UVS), in  het schoolteam van het Louise de Coligny College met HAVO-klasgenoot Mario Faber, een sierlijke voetballer, en Freek Filippo. ,,Toentertijd kregen wij 300 gulden per wedstrijd, een kapitaal voor ons toen.” Wanneer het woord vriendschap valt, gaat Crispijn glimmen: ,,Bij de clubs waar ik trainer was, heerste een sfeer van gemoedelijkheid, van kameraadschap. Je hielp elkaar. Een ander huisje? Moest er gestuct worden, elektriciteit aangelegd? Dat deed je voor elkaar. Wanneer er gevraagd werd: ‘Wat krijg je van mij?’, kwam er ‘Ik hoor je niet’, als antwoord. Dan maar een pilsje.”

Een paar jaar geleden is de trainer Per Crispijn gestopt, er kwam een einde aan een ‘machtig mooie tijd’. Nooit de kriebel gevoeld om weer een club onder de hoede te nemen. Per aarzelt: ,,Ja zeker, toen Football Factory en Warmunda aan de deur waren. Maar ik werd me op hetzelfde moment bewust van de verantwoordelijkheid die ik op mij zou nemen. Wanneer je tekent, moet je er ook een  heel seizoen zijn, voor de volle 100%. Dat wil ik niet meer, zeker nu niet met de kleinkinderen. Dat is een rijkdom.”

Wel is hij nog vaak bij Sporting Leiden, voor hand- en spandiensten. Wanneer nodig fluit of vlagt hij een wedstrijd. ,,Omdat voorzitter Willem Pikaar een fantastische voorzitter is.” De levensgenieter mag zich bij een grote wedstrijd op de televisie, vooral van Ajax, op de bank installeren, kussen in de rug. Hij schenkt zich dan een cognac in, Rémy Martin XO (‘200 euro, een ‘cadeautje’ van Saskia; dat heet liefde’). Dan is hij intens gelukkig.

Foto’s en krantenknipsels: Per Crispijn

Bron: https://leidenamateurvoetbal.nl